Ulnariscompressie

Ulnariscompressie ter hoogte van de elleboog

Wat is een ulnariscompressie?

De nervus ulnaris is één van de belangrijkste zenuwen van de arm en hand. Ter hoogte van de binnenzijde van de elleboog loopt deze zenuw door een nauwe doorgang achter het botuitsteeksel van de elleboog. Dit gebied wordt vaak de cubitaal tunnel genoemd.

Het is dezelfde zenuw die een typische elektrische schok naar de pink kan veroorzaken wanneer u uw “telefoonbotje” stoot.

Wanneer de nervus ulnaris ter hoogte van de elleboog langdurig onder druk komt te staan of telkens wordt uitgerekt, kunnen tintelingen, gevoelsstoornissen en uiteindelijk ook krachtsverlies in de hand ontstaan.

Dit noemen we een ulnariscompressie, ulnaire neuropathie ter hoogte van de elleboog of cubitaal tunnelsyndroom.

Welke klachten zijn typisch?

De meest typische klachten zijn:

  • tintelingen in de pink en ringvinger

  • een slapend of doof gevoel in deze vingers

  • pijn of een onaangenaam gevoel aan de binnenzijde van de elleboog

  • klachten die toenemen wanneer de elleboog langdurig gebogen wordt

  • 's nachts wakker worden met een slapende hand

  • minder fijne motoriek van de vingers

  • minder kracht in de hand

  • problemen bij het openen van potten of vasthouden van voorwerpen

  • moeite met fijne handelingen, zoals knopen sluiten

  • in ernstigere gevallen verlies van spiermassa in de hand

Klachten kunnen bijvoorbeeld optreden wanneer u langdurig telefoneert, slaapt met sterk gebogen ellebogen of met de elleboog op een harde ondergrond steunt.

Waarom ontstaat een ulnariscompressie?

De nervus ulnaris ligt ter hoogte van de elleboog relatief oppervlakkig en heeft weinig ruimte.

Wanneer de elleboog gebogen wordt, neemt de spanning op de zenuw toe en wordt de beschikbare ruimte kleiner.

Een zenuwcompressie kan onder andere samenhangen met:

  • langdurig of frequent buigen van de elleboog

  • regelmatig steunen op de elleboog

  • anatomisch weinig ruimte rond de zenuw

  • verschuiven of “springen” van de zenuw over de elleboog

  • vroegere breuken of letsels van de elleboog

  • artrose of botveranderingen

  • littekenweefsel na een vroegere operatie

  • zwelling of andere structuren rond de zenuw

Vaak is er echter geen duidelijke afzonderlijke oorzaak.

Wat gebeurt er wanneer de zenuw langdurig gekneld blijft?

Een zenuw kan een tijdelijke lichte druk meestal goed verdragen. Bij langdurige of ernstige compressie kan de zenuw echter beschadigd raken.

Aanvankelijk ontstaan meestal vooral tintelingen en een slapend gevoel.

Bij ernstigere zenuwbeschadiging kunnen optreden:

  • permanent gevoelsverlies

  • vermindering van de fijne motoriek

  • verlies van knijp- en grijpkracht

  • zwakte van de kleine handspieren

  • zichtbaar dunner worden van de spieren tussen duim en wijsvinger of tussen de middenhandsbeentjes

  • een afwijkende stand van de vingers bij zeer ernstige zenuwuitval

Wanneer reeds belangrijke spierzwakte of spieratrofie aanwezig is, kan het herstel na behandeling trager en soms onvolledig zijn.

Diagnose

Gesprek en neurologisch onderzoek

De diagnose begint met het klachtenpatroon en een gericht neurologisch onderzoek.

Daarbij wordt onder andere gekeken naar:

  • het gevoel in pink en ringvinger

  • kracht van de kleine handspieren

  • fijne motoriek

  • eventuele spieratrofie

  • gevoeligheid van de zenuw aan de elleboog

  • het optreden van klachten bij langdurig buigen van de elleboog

  • eventuele instabiliteit of verplaatsing van de zenuw bij het buigen van de elleboog

Ook wordt onderzocht of er een andere verklaring voor de klachten kan bestaan.

Kunnen dezelfde klachten uit de nek komen?

Ja.

Een zenuwwortel die ter hoogte van de nek wordt samengedrukt, bijvoorbeeld bij een discus hernia of vernauwing van het zenuwkanaal, kan soms klachten veroorzaken die lijken op een ulnariscompressie.

Ook andere zenuwaandoeningen kunnen een vergelijkbaar beeld geven.

Een zorgvuldig neurologisch onderzoek is daarom belangrijk.

EMG of zenuwgeleidingsonderzoek

Vaak wordt een EMG en zenuwgeleidingsonderzoek uitgevoerd.

Daarbij wordt gemeten hoe goed elektrische signalen door de nervus ulnaris worden geleid en of er ter hoogte van de elleboog een vertraging of zenuwbeschadiging aanwezig is.

Het onderzoek kan helpen om:

  • de diagnose te bevestigen

  • de plaats van de zenuwcompressie te bepalen

  • de ernst ervan in te schatten

  • schade aan de zenuwvezels aan te tonen

  • andere zenuwproblemen uit te sluiten

Een normaal EMG sluit een zeer lichte of beginnende ulnariscompressie echter niet in alle omstandigheden volledig uit. Het resultaat moet daarom altijd samen met het klachtenpatroon en het klinisch onderzoek worden beoordeeld.

Is beeldvorming nodig?

Niet altijd.

Bij typische klachten en een passend EMG kan verdere beeldvorming soms achterwege blijven.

Een echografie van de zenuw kan nuttig zijn om onder andere:

  • verdikking van de zenuw te beoordelen

  • het verloop van de zenuw te bekijken

  • te zien of de zenuw bij beweging over het bot verschuift

In specifieke situaties kan bijkomende beeldvorming van de elleboog of nek noodzakelijk zijn.

Behandeling

De behandeling is afhankelijk van:

  • de ernst van de klachten

  • de duur van de klachten

  • de aanwezigheid van krachtsverlies

  • eventuele spieratrofie

  • de bevindingen op EMG

  • de impact op werk en dagelijkse activiteiten

  • de oorzaak van de zenuwcompressie

Bij lichte klachten zonder krachtsverlies wordt meestal eerst een niet-operatieve behandeling geprobeerd.

Bij ernstige zenuwuitval, progressieve spierzwakte of blijvende klachten kan een operatie aangewezen zijn.

Behandeling zonder operatie

Houding en aanpassing van activiteiten

Bij lichte klachten kan het verminderen van druk en rek op de zenuw al verbetering geven.

Het is bijvoorbeeld verstandig om:

  • niet langdurig op de elleboog te steunen

  • sterk en langdurig buigen van de elleboog te vermijden

  • tijdens telefoneren regelmatig van houding te veranderen

  • de werkplek indien nodig ergonomisch aan te passen

  • 's nachts langdurig sterk gebogen ellebogen te vermijden

Een zachte bescherming rond de elleboog kan helpen wanneer u onbewust op de elleboog steunt.

Nachtspalk

Bij patiënten die vooral 's nachts klachten hebben, kan een spalk of andere voorziening worden gebruikt om te voorkomen dat de elleboog tijdens de slaap langdurig sterk gebogen blijft.

Het wetenschappelijke bewijs voor spalken is beperkter dan bijvoorbeeld bij carpaletunnelsyndroom, maar houdingsaanpassingen kunnen bij milde klachten zinvol zijn.

Medicatie of infiltratie?

Pijnstillers kunnen soms tijdelijk pijn verminderen, maar nemen de zenuwcompressie zelf niet weg.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld het carpaletunnelsyndroom behoort een cortisone-infiltratie rond de nervus ulnaris niet tot de standaardbehandeling. Er is onvoldoende overtuigend bewijs dat corticosteroïdinjecties bij deze aandoening een relevante blijvende verbetering geven.

Wanneer wordt een operatie overwogen?

Een operatie kan worden voorgesteld wanneer:

  • de klachten ondanks conservatieve maatregelen blijven bestaan

  • tintelingen of gevoelsverlies vrijwel voortdurend aanwezig zijn

  • er krachtsverlies ontstaat

  • de fijne motoriek vermindert

  • spieratrofie optreedt

  • het EMG duidelijke zenuwschade toont

  • de klachten progressief toenemen

Bij duidelijke spierzwakte of spieratrofie is langdurig afwachten meestal niet wenselijk.

Een zenuw die gedurende lange tijd ernstig beschadigd is, kan zich na decompressie namelijk niet altijd volledig herstellen.

Operatie van de nervus ulnaris

Er bestaan verschillende technieken om een ulnariscompressie ter hoogte van de elleboog operatief te behandelen.

De belangrijkste zijn:

  1. eenvoudige decompressie, waarbij de zenuw wordt vrijgemaakt maar op zijn oorspronkelijke plaats blijft;

  2. anterieure transpositie, waarbij de zenuw na decompressie naar de voorzijde van de elleboog wordt verplaatst.

Een transpositie kan onderhuids, in of onder de spier worden uitgevoerd.

De techniek die Dr. Lavrysen meestal toepast: submusculaire transpositie

Dr. Lavrysen kiest in de meeste operatieve gevallen voor een decompressie gecombineerd met een anterieure submusculaire transpositie van de nervus ulnaris.

Hierbij wordt de zenuw eerst zorgvuldig over voldoende afstand vrijgemaakt.

Vervolgens wordt de nervus ulnaris vanuit zijn oorspronkelijke positie achter de binnenzijde van de elleboog naar een nieuwe positie aan de voorzijde van de elleboog en onder de spierlaag gebracht.

Het doel hiervan is niet alleen de zenuw vrij te maken, maar ook een nieuw traject te creëren waarin de zenuw bij het buigen en strekken van de elleboog minder wordt uitgerekt of geïrriteerd.

De spierlaag zorgt bovendien voor een beschermende bedekking van de zenuw.

Waarom de zenuw verplaatsen?

Bij een eenvoudige decompressie wordt de zenuw vrijgemaakt maar blijft ze achter het botuitsteeksel van de elleboog liggen.

Bij een transpositie wordt de zenuw naar voren gebracht. Daardoor wordt het traject van de zenuw bij buigen van de elleboog korter en kan spanning op de zenuw verminderen.

Een transpositie kan met name aantrekkelijk zijn wanneer bijvoorbeeld:

  • de zenuw bij bewegen instabiel is

  • de zenuw over het botuitsteeksel springt

  • er belangrijke mechanische spanning op de zenuw bestaat

  • er uitgesproken zenuwcompressie aanwezig is

  • er veel littekenweefsel aanwezig is

  • een eerdere decompressie onvoldoende resultaat heeft gegeven

Dr. Lavrysen past een submusculaire transpositie ook in veel primaire operaties als voorkeursstrategie toe, afhankelijk van de anatomie, ernst van de compressie en bevindingen tijdens de operatie.

Is een submusculaire transpositie beter dan een eenvoudige decompressie?

Niet noodzakelijk voor iedere patiënt.

Wetenschappelijke studies tonen tot op heden geen overtuigend algemeen voordeel van één operatietechniek voor alle patiënten met een ulnariscompressie.

Zowel eenvoudige decompressie als transpositie geeft bij veel patiënten goede resultaten.

De keuze voor een techniek hangt daarom mede af van:

  • de anatomie van de patiënt

  • de stabiliteit van de zenuw

  • de ernst en locatie van de compressie

  • eerdere chirurgie

  • eventuele littekenvorming

  • de ervaring en voorkeur van de chirurg

De keuze voor een submusculaire transpositie bij Dr. Lavrysen is dus een chirurgische behandelingsstrategie, en betekent niet dat deze techniek wetenschappelijk bewezen superieur is voor iedere vorm van ulnariscompressie.

Hoe verloopt de operatie?

Via een incisie aan de binnenzijde van de elleboog wordt de nervus ulnaris opgezocht.

De zenuw wordt vervolgens zorgvuldig vrijgemaakt op alle plaatsen waar ze onder druk staat.

Bij een submusculaire transpositie wordt daarna:

  1. de zenuw volledig gemobiliseerd;

  2. een nieuw traject vóór de elleboog gecreëerd;

  3. de zenuw spanningsvrij naar voren gebracht;

  4. de zenuw beschermd onder de spierlaag geplaatst.

Tijdens de operatie wordt gecontroleerd of de zenuw bij zowel buigen als strekken van de elleboog zonder scherpe knik of overmatige spanning kan verlopen.

Wat mag u na de operatie verwachten?

Na een submusculaire transpositie moet niet alleen de huid maar ook het geopereerde spierweefsel herstellen.

De eerste periode kan er daarom sprake zijn van:

  • pijn rond de binnenzijde van de elleboog

  • zwelling

  • een trekkend gevoel

  • tijdelijke gevoeligheid rond het litteken

  • tijdelijke vermindering van kracht

De arm en hand mogen doorgaans geleidelijk opnieuw gebruikt worden. Zware belasting en krachttraining worden gedurende de eerste herstelperiode vermeden.

De exacte nabehandeling wordt aangepast aan de operatie en de individuele patiënt.

Hoe snel herstelt de zenuw?

Dat verschilt sterk van patiënt tot patiënt.

Tintelingen die vooral door irritatie van de zenuw werden veroorzaakt kunnen soms relatief snel verminderen.

Herstel van een daadwerkelijk beschadigde zenuw verloopt veel langzamer.

Wanneer er vóór de operatie al:

  • voortdurend gevoelsverlies

  • belangrijke krachtsvermindering

  • of spieratrofie

aanwezig was, kan het herstel meerdere maanden tot meer dan een jaar duren.

Bij ernstige en langdurige zenuwbeschadiging kan een deel van het gevoels- of krachtsverlies permanent blijven.

Het doel van een operatie is in dergelijke gevallen soms niet alleen herstel, maar ook het voorkomen van verdere achteruitgang.

Mogelijke risico's van de operatie

Iedere operatie brengt risico's met zich mee.

Mogelijke complicaties van een operatie aan de nervus ulnaris zijn onder andere:

  • wondinfectie

  • nabloeding of hematoom

  • gevoelig of pijnlijk litteken

  • tijdelijke gevoelsstoornissen rond de elleboog

  • stijfheid van de elleboog

  • aanhoudende tintelingen of gevoelsstoornissen

  • onvolledig herstel van kracht

  • opnieuw optreden van zenuwklachten

  • vorming van littekenweefsel rond de zenuw

  • zeer zelden beschadiging van de nervus ulnaris of een zenuwtak

  • zeldzaam een complex regionaal pijnsyndroom (CRPS)

Omdat bij een submusculaire transpositie meer weefsel wordt vrijgemaakt dan bij een eenvoudige decompressie, is de operatie uitgebreider en kan de initiële herstelperiode langer zijn.

Veelgestelde vragen

Is ulnariscompressie hetzelfde als carpaletunnelsyndroom?

Nee.

Bij een carpaletunnelsyndroom wordt de nervus medianus ter hoogte van de pols samengedrukt. Daarbij zijn vooral duim, wijs- en middelvinger aangedaan.

Bij een ulnariscompressie ter hoogte van de elleboog gaat het om de nervus ulnaris. Daarbij bevinden de klachten zich typisch in de pink en een deel van de ringvinger.

Kan een ulnariscompressie vanzelf verdwijnen?

Lichte klachten kunnen verbeteren wanneer de druk en spanning op de zenuw verminderd worden.

Vooral het vermijden van langdurig buigen van de elleboog en steunen op de elleboog kan helpen.

Bij voortdurend gevoelsverlies, krachtsverlies of spieratrofie is spontaan volledig herstel minder waarschijnlijk en is verdere evaluatie aangewezen.

Wanneer moet ik sneller een arts raadplegen?

Laat u zeker beoordelen wanneer u merkt dat:

  • uw hand zwakker wordt

  • u voorwerpen uit de hand laat vallen

  • fijne bewegingen moeilijker worden

  • het gevoel in pink of ringvinger voortdurend verminderd is

  • de spieren van de hand dunner worden

Dit kunnen tekenen zijn dat de zenuw ernstiger beschadigd raakt.

Moet iedereen geopereerd worden?

Nee.

Bij lichte klachten zonder spierzwakte kan eerst een conservatieve behandeling worden geprobeerd.

Een operatie wordt vooral overwogen wanneer klachten blijven bestaan of wanneer er tekenen van zenuwbeschadiging ontstaan.

Is een EMG noodzakelijk?

Een EMG is bij verdenking op een ulnariscompressie vaak nuttig en wordt regelmatig vóór een operatie uitgevoerd.

Het helpt om de ernst en locatie van de zenuwbeschadiging te bepalen en kan helpen om andere oorzaken uit te sluiten.

Een EMG moet echter altijd samen met het klinisch onderzoek worden geïnterpreteerd.

Waarom verplaatst Dr. Lavrysen de zenuw?

Dr. Lavrysen voert in de meeste gevallen een submusculaire transpositie uit.

Daarbij wordt de zenuw niet alleen vrijgemaakt, maar ook van achter de elleboog naar een beschermd traject vóór de elleboog gebracht.

Hierdoor kan bij het buigen van de arm de mechanische rek op de zenuw verminderen en ligt de zenuw beschermd onder de spierlaag.

Het is één van verschillende erkende technieken voor de behandeling van ulnariscompressie.

Is een submusculaire transpositie de beste operatie?

Er bestaat momenteel geen wetenschappelijk bewijs dat één techniek bij iedere patiënt de beste is.

Onderzoek toont gemiddeld vergelijkbare functionele resultaten voor eenvoudige decompressie en verschillende vormen van transpositie.

De chirurg kiest daarom een techniek op basis van onder andere de anatomie, ernst van de zenuwcompressie, stabiliteit van de zenuw en eigen operatieve ervaring.

Wordt de zenuw tijdens de operatie doorgesneden?

Nee.

De nervus ulnaris wordt zorgvuldig vrijgemaakt en verplaatst, maar blijft intact.

Kan ik na de operatie mijn elleboog nog normaal bewegen?

Ja.

Het doel is uiteindelijk opnieuw een normale beweeglijkheid van de elleboog te verkrijgen.

Na een submusculaire transpositie wordt de belasting geleidelijk opgebouwd zodat ook de geopereerde spierlaag kan herstellen.

Wanneer kan ik opnieuw werken?

Dit hangt sterk af van het soort werk.

Administratief of licht werk kan doorgaans sneller worden hervat dan zwaar manueel werk waarbij kracht moet worden gezet met de arm.

Tijdens de postoperatieve controle wordt individueel besproken wanneer werk, sport en zware belasting opnieuw verantwoord zijn.

Wanneer kan ik opnieuw sporten?

Wandelen en algemene beweging kunnen doorgaans snel worden hervat.

Sporten waarbij de geopereerde arm krachtig wordt belast, zoals fitness, racketsporten of contactsporten, worden later hervat.

Na een submusculaire transpositie moet ook het spierweefsel voldoende tijd krijgen om te genezen.

Krijg ik mijn kracht volledig terug?

Dat hangt vooral af van de toestand van de zenuw vóór de operatie.

Wanneer de zenuw nog geen ernstige structurele schade heeft opgelopen, is de kans op goed herstel groter.

Wanneer al langere tijd spierzwakte of spieratrofie bestaat, kan het herstel onvolledig zijn.

Een zenuw herstelt bovendien veel trager dan huid of spierweefsel. Verbetering kan daarom nog vele maanden na de operatie doorgaan.

Kunnen de klachten na een operatie terugkomen?

Dat kan, hoewel het niet de bedoeling is.

Mogelijke oorzaken zijn onder andere nieuwe littekenvorming rond de zenuw, aanhoudende zenuwschade van vóór de operatie of een andere bijkomende oorzaak van de klachten.

Bij persisterende of terugkerende klachten kan bijkomend onderzoek noodzakelijk zijn.

Welke behandeling is voor mij geschikt?

Niet elke ulnariscompressie hoeft geopereerd te worden.

De ernst en duur van de klachten, het neurologisch onderzoek, de aanwezigheid van krachtsverlies en de resultaten van het zenuwonderzoek worden samen beoordeeld.

Wanneer een operatie aangewezen is, bespreekt Dr. Lavrysen welke operatietechniek in uw specifieke situatie het meest geschikt is.