Wat is een fusie of fixatie?
Bij een fusie worden twee of meer wervels met schroeven, staven en een tussenwervelkooitje aan elkaar vastgezet, zodat ze aan elkaar vastgroeien tot één stabiel geheel. Het doel is een pijnlijk of instabiel segment van de wervelkolom tot rust te brengen en beknelde zenuwen blijvend ruimte te geven.
Wanneer is een fusie nodig?
Alleen wanneer er een duidelijke reden is: instabiliteit, het verschuiven van een wervel (spondylolisthesis), ernstige slijtage met zenuwbeknelling die niet met een kleinere ingreep op te lossen is, of bepaalde breuken en letsels. Een fusie is een grotere ingreep dan een hernia-operatie of decompressie — en precies daarom is de eerste vraag op de consultatie altijd of het ook met minder kan. Als een kleinere ingreep volstaat, krijgt die bij dr. Lavrysen de voorkeur. U kunt bij hem ook terecht voor een tweede mening over een elders voorgestelde fusie.
Hoe verloopt de ingreep — en wat betekent "minimaal invasief" hier?
Waar de anatomie het toelaat, plaatst dr. Lavrysen de schroeven percutaan: via kleine steekopeningen in de huid, onder röntgengeleiding, zonder de rugspieren over een grote lengte los te maken. Het vrijleggen van de zenuwen en het plaatsen van het kooitje gebeurt onder de operatiemicroscoop via een zo beperkt mogelijke toegang. Minder spierschade betekent minder pijn na de operatie, sneller rechtop en een vlotter herstel. De ingreep gebeurt onder algemene verdoving; de duur hangt af van het aantal niveaus.
Ook gebruikt dr. Lavrysen vaak op maat van de patiënt 3D-geprinte “guides”, die een minimaal invasieve en zéér precieze plaatsing van de schroeven met minimaal risico mogelijk maken. Hij is één van de weinige chirurgen in België die deze geïnvidualiseerde techniek toepast , en heeft hier reeds een uitgebreide ervaring in opgebouwd.
Hoe verloopt het herstel?
U staat doorgaans de dag na de ingreep recht en verblijft enkele dagen in het ziekenhuis. De eerste zes weken vermijdt u tillen en diep buigen of draaien; wandelen wordt sterk aangemoedigd. Bureauwerk is vaak mogelijk na vier tot zes weken, fysiek werk pas later, in overleg. Het vastgroeien van de wervels zelf duurt enkele maanden; kinesitherapie begeleidt dat traject.
Wat zijn de risico's?
Naast de algemene operatierisico's (nabloeding, infectie, zenuwvliesscheurtje, zelden zenuwschade): het onvolledig vastgroeien van de fusie, schroef- of materiaalproblemen, en op termijn extra belasting van de aangrenzende niveaus. Deze worden uitvoerig met u besproken — een goed geïnformeerde beslissing is bij deze ingreep belangrijker dan bij welke andere ook.
Veelgestelde vragen
> Word ik stijf na een fusie? Het verlies aan beweeglijkheid door één of twee niveaus valt in het dagelijks leven meestal mee; de rest van de wervelkolom neemt veel over.
> Gaat het metaal er ooit weer uit? Meestal niet — het materiaal blijft zitten en geeft zelden last.
> Kan een fusie minimaal invasief? Vaak wel, met percutane schroeven en een beperkte toegang onder de microscoop. Of dat in uw geval kan, hangt af van de aandoening en de anatomie.
Werd u een fusie voorgesteld en wilt u weten of het minimaal invasief kan — of dat het met minder kan? Breng uw beeldvorming mee naar een consultatie. [Afspraak maken]
Fig. 1: De 4 meest voorkomende rugtypes. Het is extreem belangrijk om deze berekening op voorhand te maken, omdat dit gaat bepalen hoe de rug er na de operatie uit zou moeten zien. Deze cruciale stap wordt vaak overgeslagen, en is een belangrijke oorzaak voor tegenvallende resultaten na rugchirurgie.
Dr. Lavrysen past in multidisciplinair verband meerdere technieken toe om tot een optimale reconstructie te komen, waarbij de individuele patiënt en zijn of haar specifieke ziektebeeld bepaalt wat voor soort operatie er nodig is. Dit draagt sterk bij aan het bekomen van optimale resultaten. Hiervoor werkt dr. Lavrysen samen met verschillende collega’s (collega’s neurochirurgie, orthopedisten en vaatchirurgen) in multidisciplinair verband. Deze ingrepen zijn voor hem altijd teamwork, met een zo goed en veilig mogelijk resultaat voor de patiënt als einddoel.
Een belangrijke manier om complicaties te voorkomen is het gebruik van “neuronavigatie”, een soort GPS-systeem om het chirurgisch materiaal optimaal te plaatsen (via de O-arm of 3D C-boog) . Deze technieken passen we zo veel mogelijk toe om tot optimale resultaten te komen.
Fig. 2: O-arm, een scanner die tijdens de operatie gebruikt wordt om de schroeven en andere implantaten zo optimaal mogelijk te plaatsen.
Fig. 3: Neuronavigatie, waarbij een soort GPS-systeem gebruikt wordt om accurate plaatsing van de implantaten te bekomen.
Fig. 4: Het voordeel van neuronavigatie is dat we tijdens de operatie het optimale traject kunnen bepalen, met constante feedback via de computer.
Een overzicht van de door ons toegepaste technieken:
XLIF (plaatsing implantaten via zeer kleine incisie thv zijkant van de buikwand)
mini-ALIF/ALIA (plaatsing materiaal via kleine incisie in de voorkant van de onderbuik)
OLIF/OLIA (variatie op plaatsing via zijkant van de buikwand)
Minimaal invasieve percutane fusies (schroeven doorheen de huid, zonder grote incisie)
PLIF/PLIA (plaatsing implantaten en pedikelschroeven via de rug zelf)
Ook cervicale (= nekwervels) reconstructieve ingrepen worden uitgevoerd, vnl bij ongevallen