Hersentrauma / hersenbloedingen

Hersenbloedingen en hersenletsels

Een hersenbloeding is een verzamelnaam. Het bloed kan in het hersenweefsel zelf zitten, in de ruimte rond de hersenen, of tussen de hersenvliezen en de schedel. Waar het zit, waarom het daar zit en hoeveel het is, bepaalt samen of er geopereerd moet worden. Vaak hoeft dat niet.

Bloedingen zonder ongeval

De meest voorkomende spontane hersenbloeding ontstaat in het hersenweefsel zelf, meestal door een gesprongen bloedvaatje bij langdurig hoge bloeddruk, soms door bloedverdunners of een vaatafwijking. Ze veroorzaakt plots uitval: een verlamde arm of been, spraakproblemen, een scheef gezicht, bewustzijnsdaling. Ongeveer één op de zeven beroertes is zo'n bloeding; de overige zijn herseninfarcten door een verstopt bloedvat. Het onderscheid maakt de CT-scan, en dat onderscheid is belangrijk omdat de behandeling omgekeerd is.

De meeste van deze bloedingen worden niet geopereerd. De grote Britse STICH-studie (Mendelow, Lancet, 2005) toonde dat vroeg opereren de uitkomst gemiddeld niet verbetert: het weefsel dat door de bloeding beschadigd is, herstelt niet omdat we het bloed weghalen. We opereren wel als de bloeding zo groot wordt dat de druk in de schedel levensbedreigend stijgt, bij bloedingen in de kleine hersenen die op de hersenstam drukken, en bij een vochtophoping in de hersenkamers die we met een drain moeten aflaten.

Een tweede type is de subarachnoïdale bloeding: bloed in de ruimte rond de hersenen, meestal door een gesprongen aneurysma, een uitstulping van een slagader. Het typische verhaal is een hoofdpijn die in seconden opkomt en erger is dan alles wat de patiënt ooit voelde. Dit is altijd een spoedgeval. Het aneurysma wordt binnen 24 tot 72 uur uitgeschakeld, via de lies met platinaspiraaltjes (coiling) of via een schedelopening met een clip. Hiervoor verwijzen we de patiënt naar het UZA of een andere universitair centrum.

Bloedingen na een val of een klap

Bij een ongeval kan bloed zich ophopen tussen de schedel en het buitenste hersenvlies (epiduraal) of tussen het hersenvlies en de hersenen (subduraal). Een epidurale bloeding komt uit een slagader, groeit snel en is een chirurgisch spoedgeval, ook als de patiënt na de klap eerst nog helder was. Een acute subdurale bloeding komt meestal uit een ader, gaat vaak gepaard met kneuzing van het hersenweefsel eronder en heeft daardoor een ernstigere prognose, ook na een geslaagde operatie.

Het chronisch subduraal hematoom is een verhaal apart en een van de vaakste redenen waarom we oudere patiënten opereren. Een kleine val, soms zo licht dat niemand hem nog herinnert, laat een ader lekken; het bloed hoopt zich over weken op onder het hersenvlies. De klachten komen sluipend: hoofdpijn, trager denken, een onvaste gang, een zwakke arm of been, verwardheid. Bloedverdunners verhogen het risico duidelijk. De behandeling is een kleine ingreep, vaak onder plaatselijke verdoving: via één of twee boorgaatjes laten we het bloed weg en spoelen we de holte. De opname duurt een paar dagen. Bij ongeveer één op de tien patiënten komt het bloed terug en is een tweede ingreep nodig.

Hersenletsel zonder bloeding

De meeste hoofdletsels zijn hersenschuddingen: een tijdelijke verstoring van de hersenfunctie zonder afwijking op de scan. Hoofdpijn, misselijkheid, moeite met concentreren, prikkelbaarheid en slecht slapen zijn normaal in de eerste dagen tot weken. Bij het merendeel verdwijnen die klachten binnen een maand. Rust helpt de eerste 48 uur; daarna is geleidelijk hervatten beter dan wekenlang in het donker liggen. Beeldschermen, sport en werk bouwt u stap voor stap op; wat de klachten doet opflakkeren, doet u even minder.

Een klein deel van de patiënten houdt langer klachten, vooral vermoeidheid en concentratieproblemen. Dat betekent niet dat er blijvende schade is, maar het vraagt begeleiding, soms via een revalidatiearts.

Wat een operatie inhoudt

Bij een grote bloeding of ernstige zwelling maken we onder algemene verdoving een luik in de schedel, verwijderen we het bloed en stelpen we de bloedende vaten. Meestal plaatsen we het schedelluik meteen terug. Als de hersenen te sterk gezwollen zijn, laten we het luik enkele weken tot maanden weg, zodat de hersenen ruimte krijgen; het wordt later in een aparte ingreep teruggeplaatst. Na de operatie verblijft de patiënt op intensieve zorg, waar de druk in de schedel en de bloeddruk nauwkeurig worden bewaakt.

Hoe de patiënt herstelt, hangt meer af van de schade die de bloeding of het ongeval al aanrichtte dan van de operatie zelf. Die eerlijkheid horen families liever vooraf dan achteraf.

Vragen die families vaak stellen

Waarom opereren jullie niet meteen, er zit toch bloed in de hersenen?
Omdat het weghalen van bloed het beschadigde weefsel niet herstelt en de operatie zelf schade kan toevoegen. We opereren wanneer de bloeding op de hersenen drukt of dreigt te drukken, niet omdat ze er is.

Mijn vader is 80 en neemt bloedverdunners. Hij is drie weken geleden licht gevallen en is nu verward. Kan dat samenhangen?
Ja, dat is het klassieke verhaal van een chronisch subduraal hematoom. Een CT-scan geeft binnen een uur uitsluitsel. Wacht daar niet mee.

Moeten de bloedverdunners gestopt worden?
Tijdelijk, ja, en bij de meeste bloedingen worden ze acuut tegengewerkt met een tegengif. Wanneer ze veilig hervat kunnen worden, hangt af van de reden waarom ze werden gestart (een hartklep of een recente trombose weegt zwaarder dan preventie) en wordt overlegd met de cardioloog of huisarts. Meestal is dat na twee tot vier weken.

Hoe lang duurt het herstel?
Bij een hersenschudding weken. Bij een chronisch subduraal hematoom vaak enkele weken tot maanden, en de meeste patiënten worden weer zoals voordien. Bij een grote spontane bloeding of een ernstig hersenletsel maanden tot meer dan een jaar, met revalidatie, en niet altijd volledig. Het eerste half jaar toont het grootste herstel.

Mag ik na een hersenschudding autorijden?
Niet zolang u hoofdpijn, duizeligheid of concentratieproblemen hebt. Na een operatie aan de hersenen of na een epileptische aanval gelden wettelijke rijverboden die we met u bespreken; de termijn hangt af van de ingreep en van het rijbewijs.

Kan een hersenbloeding terugkomen?
Bij een chronisch subduraal hematoom bij ongeveer één op de tien. Bij een bloeding door hoge bloeddruk is een goede bloeddrukcontrole de beste bescherming tegen een nieuwe. Een behandeld aneurysma wordt met beeldvorming opgevolgd; een nieuwe bloeding uit hetzelfde aneurysma is daarna zeldzaam.

> terug naar overzicht behandelingen